Vereniging
& stichting
Er zijn twee mogelijkheden voor de
totstandkoming van een vereniging:
- oprichting door een mondelinge
afspraak of bij onderhandse akte, dat wil dus zeggen:
niet bij notariële akte
- oprichting bij notariële
akte.
De keuze die de oprichters [het moeten er altijd
minstens twee zijn] doen - wel of niet via de notaris
- heeft voor de vereniging uiteenlopende rechtsgevolgen.
Doel
Het doel van een vereniging mag uiteraard niet gericht
zijn op verstoring van de openbare orde of op aantasting
van de goede zeden, noch in strijd met de wet zijn.
Verder kent de wet de beperking dat
de vereniging niet ten doel mag hebben winst te maken
ter verdeling onder de leden. Overigens is het voor verenigingen
allerminst verboden om winst te maken en fondsen te vormen,
maar die moeten dan wel ten goede komen aan het gemeenschappelijk
doel.
Volledige of beperkte rechtsbevoegdheid
De huidige wetgeving kent alle verenigingen rechtspersoonlijkheid
toe, maar maakt tegelijkertijd een onderscheid tussen:
- verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid
[de verenigingen, waarvan de statuten in een notariële
akte zijn opgenomen]
- verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid
[de andere verenigingen
Rechtsbevoegdheid wil zeggen, dat de
vereniging zelfstandig drager van rechten en verplichtingen
is.
Statuten
Bij de oprichting vormen de statuten het belangrijkste
stuk; het is als het ware de grondwet van de vereniging.
Vaak wordt daarnaast een huishoudelijk reglement opgesteld,
waarin uitvoeringsbepalingen en/of aanvullingen zijn
opgenomen van in de statuten neergelegde regels.
Bijvoorbeeld: de wijze van aanvragen van het lidmaatschap,
de wijze van contributie-betaling, de besluitvorming
binnen het bestuur, het gebruik van het clubhuis, enz.
Wordt de vereniging bij notariële akte opgericht
dan moeten in ieder geval de volgende punten in de statuten
worden opgenomen:
- de naam van de vereniging en
de gemeente in Nederland waar zij gevestigd is
- het doel van de vereniging
- de verplichtingen die de leden
hebben tegenover de vereniging, of de wijze waarop
deze verplichtingen kunnen worden opgelegd
- de wijze van bijeenroeping van
de algemene vergadering
- de wijze van benoeming en ontslag
van bestuurders
- de bestemming van het batig saldo
van de vereniging in geval van ontbinding of de wijze
waarop de bestemming zal worden vastgesteld.
De akte moet in het Nederlands worden
opgesteld en de notaris is ervoor verantwoordelijk dat
aan de bovengenoemde vereisten wordt voldaan.
Het verdient aanbeveling de statuten zo volledig mogelijk
te maken. Waar de statuten geen uitsluitsel geven is
de wet van toepassing. Als er sprake is van wijziging
van de statuten, dan moet de algemene ledenvergadering
daartoe een uitdrukkelijk besluit nemen. Als de statuten
zijn vastgelegd in een notariële akte, dan zal vervolgens
de notaris de wijziging in een nieuwe notariële
akte moeten vastleggen.
Bestuurdersaansprakelijkheid
Bij de beoordeling van mogelijke aansprakelijkheid
van bestuurders tegenover de vereniging staat centraal
de wettelijke regel: iedere bestuurder moet zijn bestuurstaak
behoorlijk vervullen.
Uitgangspunt van de wet is een collectieve
aansprakelijkheid van het bestuur, als onbehoorlijk besturen
schade voor de vereniging veroorzaakt en het bestuur
daarover een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Ieder
jaar moet de ledenvergadering het jaarverslag en het
gevoerde beleid goedkeuren. Daarna geldt die collectieve
aansprakelijkheid van het bestuur niet meer. In geval
van faillissement van de vereniging kan de faillissementscurator
onder omstandigheden het initiatief nemen tot aansprakelijkstelling
van de (ex)bestuurders.
De aansprakelijkheid van bestuurders
tegenover derden (niet leden) ontstaat allereerst als
de vereniging niet is ingeschreven in het register van
de Kamer van Koophandel. Tevens - en dit vormt de belangrijkste
grond voor bestuurdersaansprakelijkheid - kan de bestuurder
tegenover een derde persoonlijk aansprakelijk zijn voor
het plegen van een onrechtmatige daad of een wanprestatie,
dan wel wegens misleiding. Maar dan moet de bestuurder
wel vooraf geweten hebben dat de vereniging niet tot
nakoming van de verplichtingen in staat zal zijn. De
overige bestuurders kunnen ook worden aangesproken als
gehandeld is op basis van een collectief bestuursbesluit.
Een duidelijk verschil op dit punt
tussen de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
en die met beperkte rechtsbevoegdheid is, dat bij een
vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid de bestuurders
die de 'beperkte' vereniging binden (bijvoorbeeld bij
aanschaf van verenigingsartikelen) hoofdelijk aansprakelijk
zijn voor de schulden van die vereniging. De (kandidaat-)notaris
kan u hierover verder informeren.
Stichting
De stichting kan uitsluitend worden opgericht bij notariële
akte of bij testament.
De stichting is een rechtspersoon, d.w.z. de stichting
bezit volledige rechtsbevoegdheid en is zelfstandig drager
van rechten en verplichtingen.
Doel
Voor zo ver de stichting ten doel heeft uitkeringen te
doen (en dat zal toch meestal het geval zijn), zijn
deze uitkeringen beperkt tot het ideële, sociale
terrein. Met name het 'sociale terrein' is een zeer
ruim begrip, waaraan in overleg met de (kandidaat-)notaris
een goede omschrijving moet worden gegeven.
Het doel van de stichting mag niet
inhouden het doen van uitkeringen aan haar oprichters
of aan hen die deel uitmaken van organen binnen de stichting
(zoals het bestuur). Het betalen aan oprichters of bestuurders
van door hen gemaakte onkosten of het vergoeden van ter
beschikking gestelde tijd (mits reëel) is toegestaan.
Statuten
Statuten In de oprichtingsakte moeten (een wettelijke
verplichting) de statuten van de stichting worden opgenomen
waarbij in ieder geval moet zijn geregeld:
- de naam van de stichting met
het woord stichting als deel van de naam;
- de gemeente in Nederland waar
zij gevestigd is;
- het doel van de stichting;
- de wijze van benoeming en ontslag
van bestuurders;
- de bestemming van het batig
saldo van de stichting in geval van ontbinding of
de wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld.
- besluit van het stichtingsbestuur,
in een nieuwe notariële akte moeten worden vastgelegd.
De akte moet in het Nederlands worden
opgesteld en de notaris is ervoor verantwoordelijk dat
aan de bovengenoemde vereisten wordt voldaan. Tevens
worden vaak in de statuten opgenomen de verplichtingen
en bevoegdheden van het bestuur alsmede de wijze waarop
bestuursleden worden benoemd en ontslagen. Wijziging
van de statuten zal steeds, na een daarop gericht besluit
van het stichtingsbestuur, in een nieuwe notariële
akte moeten worden vastgelegd.
Bestuursaansprakelijkheid
Bij de beoordeling van mogelijke aansprakelijkheid van
bestuurders tegenover de stichting staat centraal de
wettelijke regel: iedere bestuurder moet zijn bestuurstaak
behoorlijk uitoefenen.
Uitgangspunt van de wet is een collectieve aansprakelijkheid
van het bestuur, als onbehoorlijk besturen schade voor
de stichting veroorzaakt en de bestuurder daarover een
ernstig verwijt kan worden gemaakt.
In geval van faillissement van de stichting
zal de faillissementscurator het initiatief kunnen nemen
tot aansprakelijkstelling van de [ex]bestuurders. De
aansprakelijkheid van stichtingsbestuurders tegenover
anderen ontstaat allereerst als de stichting niet is
ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van
Koophandel.
Overigens zal bij de oprichting van
de stichting de notaris meestal zorgdragen voor inschrijving.
Tevens (en dit vormt de belangrijkste grond voor bestuurdersaansprakelijkheid)
kan de bestuurder tegenover anderen persoonlijk aansprakelijk
zijn voor het plegen van een onrechtmatige daad, of een
wanprestatie, dan wel wegens misleiding. Maar dan moet
de bestuurder wel vooraf geweten hebben dat de stichting
niet tot nakoming van de door hem aangegane verplichtingen
in staat zal zijn.
De overige bestuursleden kunnen ook worden aangesproken
als gehandeld is op basis van een collectief bestuursbesluit.
De (kandidaat-)notaris kan u hierover nader kunnen informeren
|