Recht
van hypotheek
De koop van een huis staat of valt meestal met de financiering
ervan. Voor de financiering doet de koper vaak een beroep
op een bank, een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds.
Wie geld leent voor de aankoop van een huis, verleent hypotheek.
Dat betekent dat het huis onderpand wordt om de financier
de zekerheid te geven dat hij het door hem geleende geld
weer terug krijgt. De wet geeft hem het recht bij openbare
verkoop van het huis zijn vordering (als de eigenaar in
gebreke blijft met aflossing van de hypotheek) bij voorrang
te verhalen op de opbrengst, dus voor de andere schuldeisers.
Dit recht van hypotheek wordt verleend door de eigenaar.
Zodra het recht van hypotheek aan de financier is verleend,
wordt deze hypotheekhouder. Het huis waarop de hypotheek
rust is het onderpand.
Hypothecaire leningen
De verschillen tussen hypothecaire leningen bestaan voornamelijk
uit de wijze van aflossing.
De belangrijkste vormen zijn:
De lineaire hypotheek
Bij een lineaire hypotheek betaalt u jaarlijks steeds
een zelfde bedrag (aflossing) terug; de jaarlijks te
betalen rente neemt telkens af omdat de hoofdsom ieder
jaar minder wordt.
De annuïteitenhypotheek
Bij een annuïteitenhypotheek betaalt u jaarlijks
hetzelfde bedrag aan rente plus aflossing gedurende
de gehele looptijd van de hypotheek; in het begin betaalt
u veel rente en weinig aflossing, aan het einde betaalt
u veel aflossing en weinig rente.
De hypothecaire
lening met levensverzekering (spaarhypotheek)
Bij een hypotheek met levensverzekering betaalt u de
normale rente maar lost niet af; in plaats van aflossing
betaalt u een premie voor een levensverzekering; de
uitkering van de levensverzekering wordt later gebruikt
om de lening af te lossen (varianten hiervan zijn de
spaarhypotheek en de beleggingshypotheek).
Deze vormen
hebben elk hun eigen voor- en nadelen. Laat u adviseren
over de voor u meest aantrekkelijke vorm, mede met
het oog op de aftrekbaarheid van rente op leningen
voor de inkomstenbelasting.
Overlijdensrisicoverzekering
Financiers willen meestal alleen een hypothecaire
lening verstrekken als de geldnemer een overlijdensrisicoverzekering
afsluit. Betaling van rente en aflossing zijn afhankelijk
van het inkomen van de geldnemer. Als die overlijdt,
dan valt het inkomen weg en zouden de erfgenamen het
huis moeten verkopen omdat zij rente en aflossing niet
kunnen betalen.
Om dat te voorkomen wordt een overlijdensrisicoverzekering
gesloten. Met de uitkering daarvan wordt bij voortijdig
overlijden van de schuldenaar de hypothecaire lening
afgelost. Daarna hebben de erfgenamen een hypotheekvrij
huis.
Laat u goed adviseren over de wijze waarop u deze verzekering
het beste kunt afsluiten. Vooral als partners het huis
samen kopen is het van belang wie de verzekering afsluit
en wie de begunstigde is.
De overlijdensrisicoverzekering kunt u het beste laten
ingaan op de dag waarop de offerte voor de hypothecaire
lening wordt aangegaan, maar in ieder geval op de dag
dat u de hypothecaire lening accepteert.
Bijzondere bepalingen
Het recht van hypotheek is in de wet met een aantal
waarborgen omgeven waarmee de financier kan rekenen
op terugbetaling van de verstrekte lening. De sterkste
waarborg is het recht van de financier om het onderpand
in het openbaar te doen verkopen (veilen) als de schuldenaar
niet aan zijn verplichtingen voldoet. Uit de opbrengst
van de openbare verkoop kan de financier bij voorrang
de openstaande schuld voldoen. Twee andere waarborgen
zijn de zaaksvervanging en het huurbeding.
Zaaksvervanging houdt in dat een eventuele schadeverzekeringsuitkering
wordt belast met een pandrecht ten behoeve van de hypotheekhouder
(de financier): de zekerheid in de vorm van het huis
kan worden vervangen door pandrecht op de vordering
op de verzekeraar (de vordering op de verzekeraar is
onderpand in plaats van het huis).
Deze waarborg is van belang bij brand of andere belangrijke
schade waardoor het huis als onderpand sterk in waarde
vermindert of zelfs waardeloos wordt. In de hypotheekakte
wordt daarom vermeld dat de koper het onderpand (het
huis) moet verzekeren tegen brand en andere gevaren.
De hypotheekhouder (de financier) heeft de wettelijke
bevoegdheid om in de hypotheekakte te laten opnemen
dat de eigenaar zonder zijn toestemming het onderpand
niet mag verhuren of verpachten en dat hij bovendien
de huur of pacht niet voor lange tijd vooruit mag laten
betalen. Deze bevoegdheid vloeit voort uit het risico
dat een onderpand bij openbare verkoop in dergelijke
gevallen aanzienlijk minder zal opbrengen.
Dit zogeheten huurbeding wordt ook in de openbare registers
ingeschreven. Als een huis dan toch zonder toestemming
wordt verhuurd en/of de huur voor lange tijd vooruit
wordt betaald, dan hoeft de bank daar - na toestemming
van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank bij openbare
verkoop geen rekening mee te houden. De huurder zal
in zo'n geval het huis moeten ontruimen.
Als de huurder in het huis mag blijven wonen, dan moet
hij aan de nieuwe eigenaar opnieuw huur betalen. Iedere
huurder kan in de hypotheekakte betreffende het huis
nagaan hoe zijn rechten liggen. Deze akte is immers
in de openbare registers ingeschreven.
Akte ondertekenen
De notaris stelt
zowel de leveringsakte als de hypotheekakte op. De
eigenaar van het huis, de financier en de notaris ondertekenen
de hypotheekakte. De financier laat zich daarbij meestal
vertegenwoordigen door een medewerker van het notariskantoor.
Indien het huis ook door de echtgenoot van de eigenaar
zal worden bewoond, moet deze toestemming geven voor
de hypotheekvestiging. De notaris zorgt ervoor dat
het recht van hypotheek en de verdere bijzonderheden
worden ingeschreven in de openbare registers.
Schuld afgelost
Het recht van hypotheek
vervalt meestal nadat de lening geheel is afgelost.
De notaris zorgt dan dat de inschrijving bij het Kadaster
wordt doorgehaald. Dit gebeurt bij een notariële
akte van vervallenverklaring (royement). De hypotheekhouder
(de financier) moet hiervoor toestemming geven.
Als het huis verkocht is, zal de notaris bij de levering
meestal vanzelf zorgen voor doorhaling van de inschrijving
van de hypotheek. In andere gevallen moet de huiseigenaar
zelf in de gaten houden dat een akte van royement wordt
opgemaakt na aflossing van schuld. Dat kan het beste
direct na de aflossing gebeuren. Na lange tijd is soms
moeilijk te bewijzen dat het geleende bedrag is terugbetaald.
Ook kan het zijn dat de financier inmiddels niet meer
te achterhalen is. In deze gevallen is extra onderzoek
nodig, waardoor de kosten kunnen oplopen.
Bij overlijden van de financier behoeven de erfgenamen
bijvoorbeeld niet op de hoogte te zijn van het feit
dat de schuld wel is afgelost maar de inschrijving
van het hypotheekrecht nog niet officieel is doorgehaald.
|